De Basiliek

De Basiliek van het Heilig Hart in Koekelberg is een meesterwerk van Art Deco.

Basiliek van Koekelberg Exterieur

Vanaf de eerste ontwerpen, daterend uit het einde van de 19e eeuw, tot de uiteindelijke voltooiing van het monument schuift bijna een hele eeuw voorbij.

Het gebouw dat nu te bewonderen is getuigt van een eigentijdse kunstexpressie, gestroomlijnd door de toenmalige geestesstructuren, met de wens om zoals in de Renaissance de eeuwige schoonheid te benaderen.

© Wim Robberechts

Bevriende basilieken:

Basilique du Sacré-Coeur de Montmartre https://www.sacre-coeur-montmartre.com/

Geschiedenis

Het was de droom van onze eerste vorsten de hoogvlakte van Koekelberg, eertijds onbewoond, om te bouwen tot een “Koninklijke Wijk”. Op het einde van de regering van Leopold I vindt men reeds schetsen en plannen voor de aanleg.

Iets voor 1880 wilde Leopold II dit deel van Brussel urbaniseren naar het model van de “Sorbonne-Wijk” in Parijs. De kroon op het werk zou een Pantheon zijn ter ere van de Groten van het land en wellicht bestemd als begraafplaats voor Nationale Glorie.

Hierin weinig gesteund geeft de Vorst het ontwerp op, maar met het oog op de 75ste verjaardag van de onafhankelijkheid van het land overweegt hij de oprichting van een nationaal heiligdom gewijd aan het Heilig Hart, dat de vergelijking met de “Basilique du Sacré Cœur” van Montmartre kan doorstaan. Door Parijs gefascineerd wil de koning te Koekelberg een kerk laten bouwen te midden van een werkelijke “ster” van lanen met een eigen “Champs-Elysées” die naar de hoofdstad leidt. Over hem schrijft E. Carton de Wiart in zijn boek Léopold II, Souvenirs des dernières années (1901 – 1914): “De berg van het Gerecht is er, ginder in Koekelberg moet de berg van de Goede God komen en hier de Kunstberg.” Naast het Justitiepaleis van Poelaert zag Koning Leopold II nog twee andere stedenbouwkundige bakens in de stad.

Op 12 oktober 1905 legt Koning Leopold II de eerste steen van dit gebouw. Het eerste ontwerp van architect Langerock (1903) voorzag een pralerige tempel in gotische stijl van het Franse type uit de Xlllde eeuw.

Toen de eerste wereldoorlog uitbrak waren slechts de grondwerken beëindigd. In zijn kerstboodschap van 1914 gaf Kardinaal Mercier de kerk een nieuwe betekenis: “Zodra ons land opnieuw vrede kent, zullen wij het puin heropbouwen en hopen we als bekroning van deze wederopbouw op het hoogste punt van de hoofdstad een Nationale Basiliek van het Heilig Hart op te richten”.

Op 29 juni 1919 werd deze belofte tijdens een plechtigheid op de hoogvlakte van Koekelberg door Koning Albert I, de autoriteiten van het land en een talrijke menigte onderschreven. Van uitvoering volgens het project Langerock was, gezien de financiële toestand van de schatkist, geen sprake meer.

Albert Van huffel, een Gentenaar, werd aangesteld om een nieuw ontwerp te tekenen. Een verkleind model op schaal 1/40ste werd in 1925 op de tentoonstelling van decoratieve kunsten in Parijs tentoongesteld. Van huffel won met deze maquette de eerste prijs. Sedertdien groeide dit monument langzamerhand dankzij de zorgen van zijn promotor en, na zijn dood op 16 maart 1935, van zijn medewerker, de ingenieur-architect Paul Rome (┼ 7 juni 1989).

De aanpassing en de uitbreiding van de bestaande funderingen werden in januari 1926 aangevat. De aannemers begonnen de werkzaamheden in 1930 met de oprichting van de apsis, die in mei 1935 werd ingewijd en voor de cultus opengesteld. De basis van de koepel stond klaar toen in 1940 de tweede wereldoorlog uitbrak en de werken werden stopgezet. Deze werden in september 1944 hervat en de grote beuk werd in 1951 afgewerkt.

Er ontbrak niets essentieels toen Kardinaal Van Roey op 13 en 14 oktober 1951 de grote plechtigheden voorzat voor de inwijding van de kerk. Op 28 januari 1952 verleende  Paus Pius XII  de kerk de titel “Basilica Minor”.

De werken aan de twee torens werden in 1953 beëindigd. De zuidelijke zijbeuk werd in 1958 opengesteld en de noordelijke in 1962.

De grote koepel was klaar in 1969 en op 11 november 1970 bekroonde de plechtigheid van het 25-jarig bisschopsjubileum van Kardinaal Suenens de volledige afwerking van de Basiliek.

De architect

Na het afvoeren van het project Langerock na de eerste wereldoorlog (door de hoge kostprijs), werd de Gentse architect Albert Van huffel (°Gent 1877 – ┼ Tervuren 1935) aangesteld om een ontwerp te maken voor de Basiliek van het Heilig Hart.

Door zijn bescheiden komaf combineerde Albert Van huffel zijn studies van beeldend kunstenaar aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten noodgedwongen met het aanleren van diverse vaardigheden in beroepsscholen. Later vestigde hij zich als zelfstandig architect en decorateur. Van 1918 tot 1925 was hij artistiek directeur van het Brussels bedrijf “l’Art Décoratif Céline Dangotte”. Hij was eveneens titularis van de cursus ornamentiek aan het Hoger Instituut voor Sierkunsten in Brussel.

Het beginwerk van Van huffel was vrij eclectisch, maar in de jaren 1920 maakt hij een belangrijke evolutie door. Eenvoud en geometrie worden de belangrijkste kenmerken van zijn werk. Van huffel is op zoek naar een coherent, functioneel en mooi geheel, waarin het meubilair, de decoratie en de architectuur geïntegreerd zijn.

In 1921 was zijn eerste ontwerp voor de basiliek af. Hij maakte een maquette op schaal 1/40, waarmee hij de grote architectuurprijs won op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes in Parijs. De maquette staat nog altijd te pronken in de basiliek.

Na de dood van Albert Van huffel in 1935 wordt Paul Rome, zijn rechterhand, hoofdarchitect. Hij voert de plannen van Van huffel nauwgezet uit. Hij voert enkel technische verbeteringen en enkele wijzigingen aan de koepel uit.

Het monument

De Basiliek van het Heilig Hart is een prachtig Art Deco Monument.

Haar architect, de Gentenaar Albert Van huffel, liet in dit imposante gebouw niets onbenut, want onder de vloer van dit immense gebouw nestelde hij plaatsen voor vergaderlokalen, een crypte, een theaterruimte, een weekkapel, een conciërgewoonst… een stad in de stad!

In dit hoofdstuk vindt u meer informatie over de Art Deco, de Glasramen, de Sculpturen en het Liturgisch Meubilair en Vaatwerk van de basiliek.

Art deco

Architect Albert Van huffel zocht naar de diepere betekenis van het ornament in de architectuur. Zijn levenswerk, de Nationale Basiliek van het Heilig Hart is dan ook het meest integere en interessante Art Deco gebouw in West Europa.

De art-decokenmerken bestaan uit een klare en duidelijke lijnvoering, opgebouwd uit compacte en eenvoudige volumes in baksteen, metselwerk en natuursteen. De structuur van het gebouw is volledig in gewapend beton, waarbij geglazuurd terracotta als verloren bekisting werd gebruikt.

Het geglazuurde terracotta als decoratief element creëert binnen het gebouw een bijzonder warme sfeer, ondanks de kilte van het materiaal zelf.

Glasramen

De glasramen in de basiliek zijn er gekomen sinds 1937. Ze zijn meegegroeid met de trage bouw naarmate de giften van de gelovigen, de christelijke organisaties en de verenigingen volgden. De ontwerpen werden op karton gezet door een tiental van de grote glazeniers die halfweg de 20e eeuw in ons land werkzaam waren. De kwaliteit van de glasramen is daarom vrij uiteenlopend.

De glasramen in de apsis hebben de eucharistie en de aanbidding als onderwerp. In de grote beuk wordt het leven van Jezus verhaald, terwijl op de gaanderijen de acht zaligheden het behandelde onderwerp zijn. Achteraf werden nog glasramen geplaatst in de zijkapellen.

De belangrijkste kunstenaars die meewerkten aan de glasramen in de basiliek zijn Anto-Carte, Louis-Charles Crespin, Jan Huet, Michel Martens, Jean Slagmuylder, Maria Verovert en Pierre Majerus (foto’s).

Boven de hoofdingang troont het imposante werk van Anto Carte: ‘De aanbidding van het Lam Gods en het Laatste Oordeel’

Sculpturen

De nieuwe kerkelijke architectuur die Albert Van huffel ontwierp, functioneel en ontdaan van het overbodige, voorzag van meet af aan voor het hoogkoor een indrukwekkend ciborium, voor het parochiaal koor een marmeren altaar met Heilig Hartbeeld en een portaal met beeldsculpturen.

Twee internationaal befaamde kunstenaars, George Minne en Harry Elstrøm, hebben eraan gewerkt. Ze vertegenwoordigen twee stromingen in de beeldhouwkunst die door de trage bouw met elkaar geconfronteerd werden.

George Minne

George Minne werd in 1866 te Gent geboren als zoon van een architect. Van 1882 tot 1884 studeerde hij aan de Academie voor Schone Kunsten van Gent en legde zich vooral toe op het schilderen van Bijbelse onderwerpen. Hij werd bevriend met Maurice Maeterlinck, wat voor een ommekeer in zijn loopbaan zorgde. Hij leerde de symbolische school kennen.

In 1898 vestigde Minne zich in Sint-Martens-Latem, waar hij – afgezien van een verblijf in Wales tijdens de eerste wereldoorlog – zou blijven tot zijn dood in 1941.

Hij wordt lid van de vernieuwingsgezinde Belgische kunstenaarsgroep “les XX” (les Vingt).

Voor de Basiliek van Koekelberg maakte Minne het Heilig Hartbeeld op het altaar van het sacramentskoor in de apsis. Hij maakte eveneens een calvarie in brons, die te bezichtigen is aan de buitenkant van de apsis.

Harry Elstrøm

Harry Elstrøm (1906-1993) werd als zoon van een Deens industrieel en een Engelse schrijfster in 1906 in Berlijn geboren. Hij studeerde kunst en kunstgeschiedenis in Dresden, Rome en Brussel. In 1934 vestigde hij zich als zelfstandig kunstenaar in Brussel. Hij is vooral bekend voor zijn vernieuwend werk in de religieuze kunst. In 1940 werd hij aangesteld als leraar beeldhouwkunst in het Sint –Lucasinstituut in Brussel, en vanaf 1952 doceerde hij aan de faculteit toegepaste wetenschappen aan de KU Leuven.

De indrukwekkende beeldhouwwerken die Harry Elstrøm voor de Basiliek maakte behoren tot de expressionistische stijl. De beelden gaan goed samen met het concept van de basiliek en accentueren haar grootsheid. Het belangrijkste werk van Elstrøm in de basiliek is de monumentale calvarie met de vier engelen boven het ciborium van het hoogaltaar.

De beelden van de vier evangelisten die opgesteld staan aan de buitenkant van de basiliek boven de narthex zijn eveneens het werk van Elstrøm.

Meubilair en vaatwerk​

In de ontwerpfase was het liturgisch meubilair heel decoratief, maar in de jaren ’30 werden de ontwerpen soberder en monumentaler. De doopvont van de basiliek is uitgevoerd naar het ontwerp van Van huffel, vele jaren na zijn dood. Het is een ultiem eerbetoon aan het genie van Albert Van huffel, die een deel van zijn carrière en leven heeft opgeofferd aan de Nationale Basiliek van Koekelberg.

Voor het ontwerpen van een coherent geheel voor het liturgisch vaatwerk liet Albert Van huffel geen richtlijnen na. De kerkschat werd door de jaren heen aangevuld met voorwerpen die werden geschonken naar aanleiding van belangrijke gebeurtenissen in de basiliek, of die daar eerder bij toeval terechtkwamen. Het is een unieke collectie, want de stukken komen bijna uitsluitend uit de 20e eeuw. De mooiste en origineelste stukken dateren uit de jaren ‘30, en zijn afkomstig uit de Brusselse ateliers van Camille Colruyt, Devroye Frères en Henri-Joseph Holemans.

Een deel van het religieus vaatwerk is te bezichtigen in het Museum van de Zwartzusters.